Structureel de stad optillen

Identiteitsfabriekjes
Als je een wandeling maakt vanaf het Amsterdamse Centraal Station, langs het Damrak en het Rokin naar de Munt, dan kom je langs een schier oneindige hoeveelheid kleine fabriekjes. Zo zien ze er op het eerste gezicht misschien niet uit maar het zijn het wel. Identiteitsfabriekjes. Dag in dag uit wordt in al die kleine fabriekjes een imago van een denkbeeldige Nederland gebakken. En dat gaat grif over de toonbank van die touroperators – want als zodanig zijn de fabriekjes aangekleed. Tours & Tickets biedt voor 49 euro een reis door het achterland van Amsterdam, dat ik gemakshalve benoem als Holland. Het Holland van de klompen, de kaas, de tulpen en de molens.
tours-and-tickets-shop-entrance
U en ik, wij zijn allemaal inwoners van dat Holland. Misschien herkent u zich niet onmiddellijk in dat beeld, de identiteitsfabriekjes in centrum Amsterdam bakken vrolijk door en weten dat Holland goed aan de internationale man, vrouw en kind te brengen. Dát Holland moet door de sightseeing toerist gezien, afgevinkt en ge-selfie-stickt worden. Dát Holland is ergens eind negentiende eeuw in de Verenigde Staten bedacht, toen de ‘well-to-do’ geld en tijd had om te gaan reizen. En sindsdien is dat oorspronkelijke beeld eindeloos gekopieerd en herbevestigd.
En wij? Wij vonden het blijkbaar wel best. In Volendam, Marken, en later op de Zaanse Schans en in de Keukenhof bleek dat er een goede boterham aan te verdienen valt. Als de toerist dat Holland wil, dan krijgt het toch dat Holland? En de klant, die sightseeing toerist? Die is dik tevreden. Hetgeen dat in al die kleine identiteitsfabriekjes gebakken en verkocht is, wordt netjes van Volendam tot op de Zaanse Schans opgediend.

Zaanse identiteit
De Zaanstreek groeide van veenmoeras uit tot het oudste industriegebied van Europa. Innovatie en ondernemerschap zijn een tweede natuur. Dus toen de toeristen hun geld kwamen brengen hadden de Zaanse ondernemers daar geen enkel bezwaar tegen. En dat die toeristen eigenlijk niet voor de Zaanse historie maar voor het Hollandse plaatje kwamen, geen probleem.
Ondertussen had het ondernemerschap ook een keerzijde. Toen stoom halverwege de 19e eeuw zijn intrede deed, verdwenen in rap tempo de molens uit het Zaanse landschap om plaats te maken voor fabrieken. Net zoals dat de typische Zaanse houtbouw verdween ten gunste van stenen huizen. Een aantal inwoners maakte zich zorgen over de teloorgang van hun erfgoed waardoor rond 1960 de Zaanse Schans in het leven werd geroepen als een erfgoed reservaat voor de laatste molens en houten huizen. Dat alles zodanig gereconstrueerd als een Zaans dorp midden 19e eeuw. Wat men toen niet bevroedde was dat datzelfde erfgoedreservaat zou uitgroeien tot een plek in de top drie van toeristische attracties in Nederland. Met dank aan de identiteitsfabriekjes. Eenentwintig jaar geleden werd het Zaans Museum naast de Zaanse Schans geopend. Om de museumcollectie te verbinden met de vastgoed-objecten in het reservaat. Ondertussen bezoeken meer dan 2 miljoen, met name sightseeing toeristen jaarlijks de Zaanse Schans terwijl tot drie jaar geleden slechts 70.000 bezoekers het Zaans Museum bezochten. Want de bezoekers voor de Schans kwamen immers voor Holland. Of zoals een Amerikaan een keer aan mij vroeg: “Sir, what is actually a Zaan – I see this word on the museum, but what is it?” Vanaf dat moment hebben we het bezoekmotief Holland gekoppeld aan het Zaans erfgoed. Je komt voor dat toeristische Holland? Prima, maar wat zie je nou echt? Wat is het verhaal áchter de toeristenbrochure? Sindsdien is ons bezoekersaantal van 70.000 naar bijna 200.000 bezoekers gegroeid. Een mooi resultaat maar toch is het ingewikkeld. Want waar staan we voor? Voor de Zaanse historie en identiteit, onze footprint? Of voor het internationale flinterdunne archetypisch toeristische beeld van Holland? Dat lijkt een makkelijke vraag. Maar het antwoord is lastig.

Investeren versus verdienen
Op de eerste plaats: toerisme levert geld op. Erfgoed, cultuur kost geld. Da’s lastig in een streek met een ondernemersmentaliteit. En als erfgoed en cultuur geld kosten, willen we daar wel in investeren als we het niet heel breed hebben? En ik vertel u geen geheim als ik u zeg dat Zaanstad het niet breed heeft. Men investeert in armoedebestrijding, er is in wijken sprake van relatief grote werkloosheid, laaggeletterdheid. Kortom, het sociale domein vraagt veel geld. Daarnaast is het een complexe samenleving met een stad die hard groeit en steeds stadser wordt door de gentrification vanuit Amsterdam, en dorpskernen die steeds meer hun eigen karakter verliezen. Juist in zo een complexe samenleving is het van het allergrootste belang dat een rijk cultuurbeleid helpt te onderzoeken en te duiden wat we met elkaar delen. Dat vraagt om fors te investeren in kunst en cultuur. Door aan de hand van erfgoed te laten zien wie we zijn, waar we vandaan komen, welke waarden we met elkaar delen. Om te snappen waar je deel van uitmaakt en waar je trots op mag zijn. Daarmee werk je aan zelfbewustzijn, krijg je meer respect voor je omgeving en je medebewoners. Maar daarmee kun je tevens de stad optillen; investeren in culturele voorzieningen trekt buurten mee omhoog. Er komt een betere vervoersinfrastructuur, het leidt tot een prettig vestigingsklimaat voor mensen van buiten, wat tot grotere diversiteit leidt, dat biedt betere onderwijsvoorzieningen, werkgelegenheid, horeca.

Injectie op alle niveaus
Het is een middellange termijninvestering die je ook en juist in het sociale domein terugverdient. Tal van internationale voorbeelden onderschrijven dat. Vaak komt het voorbeeld Guggenheim Bilbao voorbij. Een oude fabrieksstad kreeg door het Guggenheim een ongekende injectie die de stad op de kaart zette. Had men destijds de inwoners gevraagd groots te investeren in een museum voor hedendaagse kunst, dan was het museum er waarschijnlijk nooit gekomen en was de kans groot geweest dat de stad zich niet tot de huidige aantrekkelijke vorm had ontwikkeld. Is een parallel met Zaanstad terecht? Zaanstad is goed op weg naar de 200.000 inwoners. Het is momenteel de zestiende gemeente van Nederland maar staat op de 41e plaats van de cultuurindex Nederlandse gemeenten. Investeer je in belangrijke culturele trekkers, dan zijn die er niet louter voor de hoogopgeleide NRC-lezers, maar dan geef je de stad op alle niveaus een injectie.
Maar goed, de gemeente Zaanstad is niet rijk en iedere euro kan maar een keer uitgegeven worden. Dan gaat armoedebestrijding voor. En als je al geld uitgeeft aan cultuur, dan gaan investeringen in directe lokale culturele voorzieningen ook voor, zoals bibliotheken en muziekscholen in de dorpskernen en buurten, eerder dan in grootschalige voorzieningen als musea.

The Guggenheim Museum in Bilbao, Spain.

Structureel stad optillen
Is die keuze zo simpel? Ja en nee. Het is geen óf het een, óf het ander. Het is en-en! Investeer je alleen in armoedebestrijding, dan doe je dat keer op keer, opnieuw en opnieuw zonder dat je de stad structureel optilt. Investeer je louter in lokale culturele wijkvoorzieningen, dan geef je de stad als geheel geen boost – denk Bilbao. Het is en-en! Heb het lef om over een collegeperiode heen te denken. Zet een lange termijn stip op de horizon. Waar wil je dat de stad over 25 jaar staat! Dat vraagt een visie waar cultuur een hoofdrol in speelt. Reserveer daar middelen voor. Als je stad nu op het eerste gezicht een financieel probleem heeft met bijvoorbeeld een tekort van 13,5 miljoen op de jeugdzorg, verdubbel dat bedrag dan meteen, waarbij je die tweede helft oormerkt voor cultuur, zodat je uiteindelijk ook investeert in een structurele oplossing voor het sociale probleem. En denk niet dat het huidige toerisme financieel je gaten daarvoor gaat vullen, want dat doet het niet. Het grootste deel daarvan zijn de sightseeing toeristen – hun geld komt in grote mate terecht bij de touroperators en de toeristische ondernemingen. Daar is overigens niks mis mee. Maar zie dat toerisme dus niet als de melkkoe die je problemen oplost. Veel interessanter is hoe cultuur op de eerste plaats zorgt voor trots, zelfkennis en empowerment van je eigen inwoners. En met stip op de tweede plaats hoe cultuur naast de sightseeing toerist ook de cultuur-toerist naar je gemeente trekt. Zij zijn echt geïnteresseerd in je verhaal, in je erfgoed. Ze blijven langer, ze kijken en luisteren beter, ze blijven eten – ze maken er een dagje van.

Kortom, de moraal van dit verhaal: om een samenleving op te tillen, waarbij leefbaarheid, infrastructuur, kansengelijkheid, goede voorzieningen voorop staan, dient er met durf geïnvesteerd te worden in cultuur.

Jan Hovers – directeur Zaans Museum
Zaanstad, maart 2019

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *