1940-1945

Deel 1: Jaap Berkhout: Gevaren en spanningen.

Het verhaal van Jaap Berkhout
Door Ursulien van Berge-Bakkum

“Ik heb heel wat keren luchtalarm meegemaakt, bij op komst zijnde missies van geallieerde vliegtuigen. Ze waren waarschijnlijk op weg om doelen te bombarderen in Duitsland, misschien ook wel in Nederland. De vliegtuigen vlogen heel hoog, maar waren nog duidelijk herkenbaar als vliegtuig. De Duitse bezetters probeerden vliegtuigen neer te halen met geschut. Het geluid van grote groepen vliegtuigen en het geschut was beangstigend.

Wij beleefden het bijvoorbeeld op weg naar school. We schuilden dan in een portiek of galerij onder een flat, soms met bonzend hart. Ik maakte het ook een keer mee, toen ik onderweg naar Purmerend was met de tram. De tram stopte midden in een weiland bij Zunderdorp vanwege het luchtalarm. Menigeen vroeg zich hardop af of stil staan niet onveiliger was dan doorrijden.

Ik heb ook eenmaal meegemaakt, dat een vliegtuig werd neergehaald. Wij, mijn ouders en ik, zagen het gebeuren vanaf onze veranda. Het toestel zwaaide in enkele seconden als een vuurzee zigzaggend naar beneden en leek op ons af te komen. Op ongeveer een kilometer van ons vandaan kwam het terecht op een gebouw. Dat was een triest verhaal.

Onze meester was duidelijk geen vriend van de Duitsers. Hij had in het begin van de oorlog drie broers verloren. Dat soort dingen benoemde hij niet hardop, maar in bedekte termen. Wij wisten precies wat hij daarmee bedoelde.

Een onbekende sprak mij een keer aan. Hij duwde mij een krantje in de hand om ergens te bezorgen. Dat was de veel gelezen PARAAT, een verzetskrantje, dat was ontstaan in de Eerste Wereldoorlog.
Natuurlijk heb ik aan dat verzoek voldaan en het blad naar het opgegeven adres in de Jordaan gebracht. Ik vond dat een belangrijke missie, hield het krantje goed verborgen en bracht het zorgvuldig naar de juiste bestemming.

Mijn vader was wegwerker bij de Spoorwegen. Hij had zijn mooie radio verstopt in een keet langs het spoor en haalde die in 1944 terug naar huis. Het toestel lag verpakt in een jutezak op de bagagedrager van zijn fiets. Daarmee trotseerde hij de kans om opgepakt te worden. Gelukkig kwam hij er goed vanaf. Hij werd onderweg aangehouden voor controle op vervoerde spullen. Hij trof een controleur die zei: ‘Ga maar gauw door, je hebt een goeie.’
Er waren beschermingsmiddelen bedacht tegen explosies rondom de huizen. Veel mensen plakten stroken plakband op hun ramen, horizontaal en verticaal, zodat elk raam werd verdeeld in een groot aantal kleine ruitjes.”

Lees verder: Deel 2: Vervolging en verzet.

Reacties

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.