1956

De Ooijevaar in 1956: Een schilderij uit de nalatenschap van mijn moeder

Het verhaal van Elly Kat
Door Ursulien van Berge-Bakkum

Een schilderij van J. Spekman

“Molen de Ooijevaar staat op een oud schilderij dat ik ontdekte in de nalatenschap van mijn moeder. ‘Het schilderij klopt niet,’ beweerden mijn familieleden. ‘We zien maar drie wieken.’                                                                                                                                                          Als je beter kijkt zie je dat de wieken er inderdaad belabberd bijhangen, als een vlag op een modderschuit. Het zou levensgevaarlijk voor de molenaar zijn om naar boven te klimmen en de zeilen vast te zetten. Ik denk zelf dat de molen een wiek heeft verloren in een storm. De kap van de molen ziet er verfomfaaid uit. Kortom alles bij elkaar niet zo’n aantrekkelijk beeld. De handtekening onder het kunstwerk is van J. Spekman, 1956. Dat moet een van de broers van mijn oma zijn, maar wie van de twee is me een raadsel. Ik had namelijk twee oudooms: Jacques-Gerard en Gerard-Johan.

Gerard-Johan trouwde in 1955 en woonde in het zuiden. Jacques-Gerard woonde in de Zaanstreek en trouwde in 1954. Wat zou Gerard-Johan toen hebben getriggerd om naar de Zaan te komen en dat oude uitgewoonde krot te vereeuwigen. Waarom heeft hij niet een molen gekozen die er beter bij stond. Het zal het oog van de kunstenaar zijn, dat geïnspireerd werd. Of was de schilder toch Jacques-Gerard? Ik zal het nooit meer kunnen achterhalen.

Volgens de oude molenverhalen is de Ooijevaar  in 1622 gebouwd. Oorspronkelijk stond hij in Assendelft als kleine oliemolen. In 1669 kocht Cornelis Adriaanszoon deze molen. Vervolgens liet hij hem afbreken en herbouwen aan de Kalverringdijk in Zaandam en daar staat hij nu al 352 jaar. Het naambord dateert van deze periode.                                                     ‘De Ooijevaar als brenger van het leven, kijkend naar de Dood.’

In 1897 kreeg hij een andere functie, het werd een doppenmolen voor cacaoafval. De Heer Gruys heeft hem in 1934 gekocht. Hij maakte geen gebruik meer van de wind, maar zette er een peteroleum motortje in. Ook dat werd niks, dus bestelde hij in 1955 de sloper. Precies één jaar voordat mijn oudoom hem schilderde. Gelukkig kon vereniging de Zaansche Molen daar een stokje voor steken.  De gebroeders Husslage verzorgden de restauratie. Hierna kon de Ooijevaar weer olie persen.

De molenschuur bleef het eigendom van Gruys. Pas in 2009 kocht vereniging de Zaansche Molen dit gebouw. De schuur werd opgeknapt en de oliekelders werden  weer uitgegraven. Nu maalt de molen pinda-afval en produceert pindaolie van. Bij de opening van de Wereld van Windmolens werden kleine flesjes van deze olie uitgedeeld.

Molen de Ooijevaar staat op het terrein van Duyvis en kan niet bezocht worden omdat Duyvis geen recht van overpad verleent.

Op dit moment wordt de schuur gebruikt door molenmakerij Saendijck.

Zo is het gegaan met molen de Ooijevaar die in 1956 is geschilderd door Gerard-Johan of Jacques-Gerard Spekman.”

Reacties

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle verhalen

Het Zaans Museum maakt op deze website gebruik van cookies.

Wij plaatsen functionele cookies voor de werking en verbetering van deze website. Mogen wij extra cookies plaatsen voor sociale media koppelingen, gepersonaliseerde (video) advertenties en het meten van de effectiviteit van onze online campagne’s? Lees hier meer over in onze privacyverklaring of pas uw privacy instellingen aan

Privacy policy | Liever niet
Settings