1946

De thuiskomst

Het verhaal van Arian M.H. Smit
Door

Stilte. Stilte alom. Het schoolgebouw was een jaar na het uitbreken van de oorlog door de Duitsers gevorderd. We zaten na vier jaar omzwervingen weer op onze eigen Leonardusschool. De zon scheen door de grote ramen van de 5e klas. Geen enkel gerucht weerklonk, geen vliegtuiglawaai, geen ver geschut. Auto’s waren er niet meer, de kerkklok was geroofd. Om de zoveel dagen kwam er een stoomtrein uit Amsterdam die vol zat met terugkerende mannen uit Duitsland.

6e klas 1946: bovenste rij v.l.n.r: Frans Mooi, Jan Feijen, Ko Konijn, Jan Winkelaar, Gerard Vergouw, Henk Lely, Gerard Luken, Frank Feijen, Thijs Ras, Juffrouw Gre Heldes 2e rij v.l.n.r: Rie Lely, Ciska Smit, Nel Cops, Ria Zwart, Els Jak, Tiny van Nieuwburg, Hie Hohenteijn, Tonny Lusquèse, Ria Keuten, Annie Geerts 3e rij v.l.n.r.: Jo Zwagerman, Rie Huisman, Nel de Graaf, Rie Winkelaar, Leny Konijn, Jo Kruidenberg, Corrie Huisman, Henk Stam en Jan Daas. Onderste rij, zittend, v.l.n.r.: Arie Smit, Gerard van Calcas, Lies Dijkers, Wim Greve, Daan Goudriaan, Nel Kose, Hein Ausems

In de klas zaten twee kinderen Konijn, broer en zus, die drie broers hadden die in de oorlog naar Duitsland waren afgevoerd. Het was ongeveer kwart voor twaalf toen over kilometers afstand de schrille fluit van een locomotief klonk als sein dat hij van het station Zaandam ging vertrekken richting Koog a/d Zaan. Het eerstvolgende station Bloemwijk was in de Hongerwinter volledig gesloopt dus de volgende stop zou Koog-Zaandijk zijn. Van juffrouw Stelder mochten Lenie en Ko eerder weg om naar het station te gaan om daar misschien een van hun terugkerende broers te begroeten. Toen de schoolbel om twaalf uur het einde van de lessen en de vrije woensdagmiddag aangaf renden alle kinderen naar het station waar de trein nog stond. Het zag zwart van de mensen. Vele mannen, vaak jonge kerels, werden met gejuich begroet en omhelsd. Er werd gelachen en gehuild. Van alle kanten werden de thuisgekomen mannen door omstanders gevraagd of ze iets wisten van hun familieleden die nog niet waren teruggekeerd uit Duitsland. Ook geen van de broers van Ko en Lenie Konijn waren met deze trein meegekomen. Wel werd verteld dat de komende weken nog meer treinen zouden volgen. Van de toegestroomde mensen waren er velen overgelukkig maar even zoveel waren teleurgesteld of verdrietig. De stoomtrein met zijn aftandse wagons zette zich na de fluit weer in beweging richting Wormerveer en verder naar Alkmaar. Achter de open coupéraampjes verdrongen zich de zwaaiende mannen.

De op het stationsplein samengekomen mensen gingen weer huiswaarts naar Zaandijk of Koog a/d Zaan. De gelukkigen liepen met hun thuisgekomen zonen en mannen omstrengeld naar huis. Langzaam liep het plein leeg. Eén teruggekeerde man bleef alleen achter. Hij was lang en mager, en in de twintig jaar oud. Waarschijnlijk had zijn familie niet op zijn terugkeer gerekend of de trein niet gehoord. Ik bleef met hem als enige over. Hij kijk mij een beetje verlegen aan. Na enige minuten pakte hij zijn bundeltje kleren op en ging lopen richting Koog. Op zo’n tien passen afstand volgde ik de man die in mijn ogen een held was. We liepen over de Provincialeweg, langs de kerk, via het zogenaamde looppaadje en de parallelweg. Geen mens war er meer te bekennen. Kennelijk zat iedereen aan zijn middageten. Het was dood en doodstil. Een strakblauwe hemel stond boven het lege landschap. In de Hongerwinter waren alle bomen gekapt waardoor het uitzicht over het Westzijderveld eindeloos was. Je kon zelfs op sommige punten de duinen zien. Bij de Julianastraat, die in de oorlog de Trompstraat heette, sloeg de man linksaf. Dezelfde straat leidde naar mijn ouderlijk huis. Daarna ging hij direct rechtsaf de Mariastraat in. Bij het derde huis aan zijn rechterhand belde hij aan. De deur werd door een vrouw geopend die met een hartverscheurende kreet de jongeman omhelsde. Direct achter haar kwam haar man naar buiten. Van de overige huizen vlogen de deuren open en kwamen de bewoners roepend en juichend naar buiten. Nog even heb ik, op afstand, de gelukkige thuiskomst bekeken. Toen ben ik hardlopend naar huis gegaan. Ik wist het zeker: ik had als enige een held gevolgd. De volgende dag ben ik via de Mariastraat naar school gelopen. Zijn huis was met vele guirlandes versierd.

 

 

Reacties

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle verhalen

Het Zaans Museum maakt op deze website gebruik van cookies.

Wij plaatsen functionele cookies voor de werking en verbetering van deze website. Mogen wij extra cookies plaatsen voor sociale media koppelingen, gepersonaliseerde (video) advertenties en het meten van de effectiviteit van onze online campagne’s? Lees hier meer over in onze privacyverklaring of pas uw privacy instellingen aan

Privacy policy | Liever niet
Settings