1943

Het verhaal van Joop Klingers, deel I

Het verhaal van Joop Klingers
Door Carolien Hoogenhout

Ik ontmoette Joop Klingers in het Zaanse café De Fabriek, waar ik als verhalenhaler was om interviews te houden over de Zaanse Pophistorie. We spraken over de tijd waarin er nog grote poppodia waren in Zaandam. Over Billy Holiday en de Beatles. Maar de heer Klingers had nog zoveel meer te vertellen, dat we een afspraak maakten om bij hem thuis verder te praten.

Joop ontvangt me allerhartelijkst en toont me trots het prachtige uitzicht. Vanuit de woonkamer kijken we uit over de Zaan. Foto’s, boekjes en krantenknipsels liggen op tafel.

Het was 1943 toen Joop werd geboren, als nummer 10 van twaalf kinderen, vier meisjes en acht jongens. Het gezin woonde op Bleekersstraat 4 en was arm. Zijn moeder had het met al die kinderen te druk om iedereen aandacht te geven, maar het huishouden was goed georganiseerd. Ieder kind had z’n taak; bedden afhalen, ontbijt klaarmaken of aardappelen schillen. Dat schillen vond Joop de zwaarste taak, samen met z’n broertje Henk schilde hij elke dag zo’n 10 kilo! Vader Klingers was ongeschoold en verdiende wat door ‘woningen te zuiveren’ van ongedierte. Later werd hij terrazzomaker en gespecialiseerd in granieten aanrechtbladen. Omdat dat niet veel opleverde, deed hij er veel dingen bij. Hij had een goede band met de directeur van de gasfabriek in Zaandam en in de oorlog mocht hij het gruis hebben dat van de kolen af was gevallen. Hij mengde dat met cement en maakte er briketten van, die hij ruilde voor eten. Het kleine houten huis op nummer 4 bestond uit een benedenverdieping en een zolder die met een ladder vanuit de woonkamer bereikbaar was. In de oorlog sliepen er 16 mensen; het gezin én twee onderduikers uit het verzet.

Toen Joop vier jaar was, verhuisden ze naar de Langestraat 50. Dat was een hele verbetering want er waren vier slaapkamers! De kinderen konden er heerlijk op straat spelen. Er was maar één auto in de straat, een Volkswagen kever, van een vertegenwoordiger van Verkade. Joop vertelt dat hij ooit, druk kletsend, tegen de geparkeerde Volkswagen aanfietste en op de motorkap was beland.

De Verkade fabriek was vlakbij. ‘s Morgens en ’s avonds vulden de Valkstraat en de Westzijde zich met de meisjes (en jongens) van Verkade die met z’n zessen naast elkaar, van of naar het station liepen. Als jongetje van elf, ging hij vaak naar de meisjes kijken. Op een winterse dag, hoorde Joop dat twee jongens uit de Parkstraat sneeuwballen hadden verzameld om naar de langslopende Verkade meisjes te gooien. Dat moest ie zien! Maar de jongens (één van hen was Freek de Jonge) werden al snel door de meisjes ingepeperd en smeekten om genade!

Lees verder: deel 2 van Joop Klingers

Reacties

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.