1932

Riemen tellen voor een daalder bij van Gelder

Het verhaal van Klaas Kingma
Door Ursulien van Berge-Bakkum

Klaas Kingma (1917-1986) was werknemer bij van Gelder Papier. In een tv-documentaire van de IKON in 1981 gaf hij een mooi beeld van de arbeidsomstandigheden in de Zaanse industrie.

“Mijn vader was schipper bij Van Gelder, hij vervoerde papierproducten, zoals cellulose en oud papier. Op woensdagmiddag haalde ik hem op en in de vakanties ging ik vaak mee naar Velsen grondstoffen ophalen en naar Amsterdam om nieuw papier weg te brengen naar de zeeboten die daar lagen. Zodoende groeide ik op met het bedrijf. In 1932 ben ik zelf bij Van Gelder gekomen. De directeur was een neef van mijn moeder. Ik was al een jaar van school af en verdiende een knaak in de week bij kippenboer Pette en dan was je nog te duur. Ik solliciteerde bij cacaofabriek de Moriaan. Daar vroegen ze mensen, maar de genoemde neef vond dat een slechte fabriek want daar werkten allemaal Uitgeesters en Heemskerkers en daar mocht ik met mijn Roomse zieltje niet heen. Zo kwam ik dus bij Van Gelder. Vader was in loondienst en voer op hun boot. Van Gelder had verschillende schepen, zelfs nog een zeeschip dat naar Rusland voer.

Ik was vijftien jaar toen ik er kwam werken en begon in de pakkamer: sorteren en tellen. Het papier aan twee kanten nakijken of er kreuken of stukkende vellen bij zaten. Een riem papier bestaat uit 500 vel. We deden dat met de hand. Je moest goed opletten, want op iedere riem moest je je eigen nummer zetten. Een grote verantwoordelijkheid voor een jongen van 15. Voor mijn tijd werkten er meisjes, die zijn vingervlugger, maar door druk uit de politiek was vrouwenarbeid afgeschaft en werden het jongens vanaf 18 jaar, want voor je 18e mocht je niet in de ploegendienst. Soms werkte je ook op de boardafdeling om lagen board op elkaar te plakken. Voor de jongens was het loon gelijk (een daalder per week), maar je stond op tarief. Je moest 18 riem per uur doen, dat was jagen en je werkte 48 uur per week. We werkten van 8 tot 12, 1 ½ uur vrij om te eten (iedereen woonde dichtbij), ’s middags tot 18.00 uur, zaterdag tot 13.00 uur.

In de ploegendienst verdiende je meer, Je werkte van maandagochtend zes uur tot zaterdagavond twaalf uur. Ik werkte als riemenmaker. Meestal moest ik op zondagnacht voor de start om 16.00 uur de versleten riemen vervangen. Het was zwaar werk, later kreeg ik de functie van bobineur, bedieningsvakman van de grote snijmachine.”

Reacties

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle verhalen

Het Zaans Museum maakt op deze website gebruik van cookies.

Wij plaatsen functionele cookies voor de werking en verbetering van deze website. Mogen wij extra cookies plaatsen voor sociale media koppelingen, gepersonaliseerde (video) advertenties en het meten van de effectiviteit van onze online campagne’s? Lees hier meer over in onze privacyverklaring of pas uw privacy instellingen aan

Privacy policy | Liever niet
Settings