1982

Deel 2: De bouw van het Verkadehuisje.

Het verhaal van Willem Visser
Door Heleen van Waarden

Timmerfabriek Visser.
Willem Visser heeft in 1982 de geschiedenis van Timmerfabriek Visser, in 1932 door zijn vader opgericht, uitvoerig beschreven. Tijdens ons gesprek citeert hij er af en toe uit. In de oorlog was het moeilijk om aan werk te komen, “maar het voornaamste werk in deze jaren was wel voor de levensmiddelenindustrie van Verkade”. Timmerfabriek Visser werkte ook in de jaren na de oorlog nog veel voor ze.

“Wij maakten al het machinale timmerwerk voor gebouwen en kistenreparatie, zoals gigantische hoeveelheden bolderbakken (voor de beschuitfabriek), koekplanken en fondantrekjes. Omdat hout in die jaren nog op de bon was, verzorgde het Rijksbureau voor Hout van het Ministerie van Economische Zaken de distributie ervan.
Om voor toewijzing van hout in aanmerking te komen moest men aanvraagformulieren invullen; de gemeente moest zijn stempel zetten en een urgentieverklaring daarbij was altijd welkom. Wij kwamen vrij vlot aan hout, omdat er veel voor de voedselindustrie werd gewerkt”.

Een zomerhuisje voor de directeur van Verkade.
“De heer Tom Verkade (directeur van Verkade’s fabrieken) liet in 1949 een zomerhuisje bouwen op een hoog duin langs de straatweg in Egmond aan de Hoef. Het huisje met een grondoppervlak van ca. 5,5 x 10 meter werd opgebouwd van grote van tevoren in de fabriek gemaakte elementen”.
Deuren en kozijnen kwamen van Bruijnzeel. Met een Verkadejeep-met-aanhanger werd alles naar Egmond vervoerd. De spullen moesten vanaf de weg met een grote bocht hoog het duin op, dat kon met die jeep. Daar werd het afgebouwd. Ik mocht een keer een dag mee toen mijn vader er werkte, ik hoefde niet naar school en speelde daar in het zand. Wat een feest!”.

Openhuis in Egmond: het Verkadehuisje is klaar.
Wat hij ook nog heel goed weet is dat zijn vader en moeder op bezoek gingen in Egmond om het huisje te bekijken toen het helemaal klaar was. Ze zouden met de auto door de familie worden opgehaald. Zijn moeder was daar vreselijk zenuwachtig over. Ze ging er speciaal voor naar de kapper en trok haar netste kleren aan. “We woonden op het Blauwe Pad en daar kon geen auto komen, dus mijn ouders moesten op de afgesproken tijd naar de Westzijde lopen; daar kwam de familie met de auto en konden ze instappen. Zo ging het naar Egmond. Toen ze terugkwamen vertelde moeder, dat mevrouw Verkade in het huisje gewoon op kousenvoeten liep. Het ijs was gebroken!”

Lees hier verder over het zomerhuisje: Deel 3: Het Verkadehuisje.

Reacties

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.