1954

Pieter Rampen, instrumentmaker op het lab van Verkade

Het verhaal van Pieter Rampen, verteld in een interview met Wil Gabriel
Door Ursulien van Berge-Bakkum

Elke zaterdag werden we gewogen en je gewicht werd op een lijst gezet

Ik werkte vanaf 1954 bij Verkade in het laboratorium, eigenlijk was ik radiotechnicus van beroep. Dat was altijd wel een punt van uitleg. Door introductie van iemand die daar werkte ben ik in het laboratorium gekomen.

Ze vonden het handig om iemand erbij te hebben om laboratoriuminstrumenten te maken. Het was in de tijd na de oorlog. Er waren helemaal geen instrumenten te koop. Ik kreeg mijn opleiding in Engeland voor de inwaai-installatie.

We werkten van zaterdag tot zaterdag. Elke zaterdag moesten we onze eigen tafel schoonmaken, de schoonmaakster was er dan niet. En één keer per jaar met Pinksteren hadden we Pinksterschoonmaak. Alles moest eruit en alle tafels werden ingesmeerd met oxaanolie. Dat moest drie of vier dagen drogen.

Na mijn tijd is ook het laboratorium verhuisd, daar weet ik niets meer van. Vroeger als je de trap opkwam bij de Reigerstraat hoorde je Alice al zingen in de keuken. Dat was belangrijk voor de sfeer. Er werkten veel jonge mensen, we hadden een goede band. Het lab zag er vrij rottig uit, niet zoals tegenwoordig, Wankele krukken met zo’n klein zittinkje. Het was allemaal nogal karig.

In de beginjaren kregen we ons salaris in een loonzakje, cash en later een briefje met een bankafschrift. En dan werden we ook nog gewogen. Er stond een oude bascule, waar je gewichten moest verschuiven in gleufjes. Je moest op de weegschaal staan en dan werd ie heel nauwkeurig ingesteld. Je gewicht werd op een lijst gezet. Wat daarmee gebeurde weet ik niet.

Misschien een soort sociale controle. Er waren toen nog steeds mensen die heel slecht te eten hadden. Het was een soort uitloper van de oorlogsjaren. Nu is iedereen te dik, maar toen kostte het toch moeite om een bepaald gewicht te krijgen. Zelfs in die jaren, nog vijf jaar na de oorlog is dat toch nog zo geweest.

Wat er ook nog gebeurde, er werd rond gegaan met vitaminepillen. De secretaresse ging het hele lab rond om van die gele vitamine C pilletjes uit te reiken. Er werden in die tijd zelfs vitaminebonbons gemaakt.

Als iemand een jubileum had werd van dat soort zaken een sketch gemaakt. Dat was een bijzonder festijn, ook voor de anderen. Die waren een half jaar van te voren al bezig iets te regelen. Natuurlijk een toespraak van de baas. Maar als het lab aan het woord kwam was dat altijd op een bepaalde manier. Daar genoten we allemaal van.”

Reacties

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.