1993

Van de Hollandse Zaan naar de Korana in Kroatië, Deel 3

Het verhaal van Jannie Raipac-Jonker
Door Ursulien van Berge-Bakkum

Deel 3: Vlucht ons mijn nieuwe vaderland

Na de vijfentwintig jaar in haar nieuwe land, die ik heb beschreven in deel 1 en 2 van deze serie, moest Jannie Rapaic-Jonker een nieuw heenkomen zoeken door de burgeroorlog in Joegoslavië.

“In 1989 viel de Berlijnse muur, dat gaf een grote omslag in Europa. De Sovjet-Unie werd in 1991 ontbonden. De Communistische Partij in Joegoslavië splitste zich in 1990. Er barstten hevige rellen los in Kosovo.

Het Joegoslavische leger, waarin veel Serviërs hoge functies bekleedden, greep in. De Slovenen en Kroaten wilden zich afscheiden, zij kwamen in opstand tegen Servië. De oorlog tussen de verschillende bevolkingsgroepen begon pas echt in 1991. Ook Bosnië werd hierin betrokken.

De Westerse landen stuurden militairen naar het gebied om de vrede te handhaven. De oorlog duurde van 1991 tot 1995. Mensen die jarenlang als buren vreedzaam naast elkaar hadden geleefd, waren ineens vijanden van elkaar. Duizenden Bosniërs zijn gevlucht naar Europa.

Het was een verschrikkelijke tijd. Wij woonden in Jezerce bijna op de grens van Servië en Bosnië. In deze streek vonden bloedige gevechten plaats. We durfden de straat niet meer op. Veel families waren gemengd getrouwd. Ineens kon je niemand meer vertrouwen. Je wist niet wie een verrader was en wie niet. De regering kon mij en mijn familie, onze dochters en hun gezinnen, niet langer beschermen. En daarom zijn ook wij uit Kroatië weg gevlucht. We waren met een grote groep van zeven personen. In het holst van de nacht verlieten we het land. Via smokkelpaadjes in een gammel busje. Onderweg moesten we verschillende keren overstappen. Met een vrachtvliegtuig zijn we hier aangekomen. Ik heb later begrepen dat dit een van de laatste vliegtuigen was dat met vluchtelingen vertrok.

Eenmaal terug in Nederland moest ik opnieuw beginnen. Ik had geen geld en geen huis. Eerst woonden we met zeven personen in bij mijn moeder. Later kregen we een flat in Velsen. Het huis werd ingericht met gekregen spullen uit de kringloopwinkel. We hadden dringend medische verzorging nodig, maar we waren daar niet voor verzekerd. Daarom ging ik werken als schoonmaakster. Na een half jaar nam het hoofd van de school, waar ik vijfentwintig jaar eerder juf was, contact met me op voor een invalbaan. Ook mijn kinderen pakten ieder baantje aan dat ze konden krijgen. En mijn kleinkinderen gingen eindelijk weer naar school, voor hen was het echt wennen.

Zo langzamerhand raakten we er weer een beetje bovenop.” 

Lees verder: deel 4

Reacties

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle verhalen

Het Zaans Museum maakt op deze website gebruik van cookies.

Wij plaatsen functionele cookies voor de werking en verbetering van deze website. Mogen wij extra cookies plaatsen voor sociale media koppelingen, gepersonaliseerde (video) advertenties en het meten van de effectiviteit van onze online campagne’s? Lees hier meer over in onze privacyverklaring of pas uw privacy instellingen aan

Privacy policy | Liever niet
Settings