1957

De voorjuffrouw en ‘de warme hand van Schenk’ bij Verkade

Het verhaal van Nel van de Berg-Stor in een interview met Wil Gabriel
Door Ursulien van Berge-Bakkum

“Ik was voorjuffrouw in de beschuitkantine. Mijn bedrijfskleding was een witte jas en een haarnetje dat ik verfoeide. Het meeste personeel kwam uit de Noord en Amsterdam met de bus of met de speciale Verkade trein. Als één van de werknemers ziek werd, moesten ze wel wachten op het vervoer ’s avonds naar huis. Op de afdeling beschuit werkten veel meisjes. Die voelden zich wel eens ziek als ze bijvoorbeeld ongesteld moesten worden. Op aanraden van de Verkade verpleegster kreeg de voorman, de heer Schenk, de opdracht de zieke een drankje te geven. Een borrelglaasje met pleegzusterbloedwijn. Je werd er lekker warm van. Daarna in de ziekenkamer naar bed. ‘De warme hand van Schenk’ werd dit genoemd. Na een half uurtje werd er even poolshoogte genomen, na een kopje thee weer aan het werk en ’s avonds met de bus of trein mee naar huis.

Ik had vijf meisjes die werkten in de kantine. Zij brachten koffie rond en maakten lunches klaar voor de heren die vergaderden. We verzorgden ook de was voor de meisjes in de fabriek. Ze kregen iedere week een schoon schort of jurk. We hielden de lijsten van de meisjes bij, of ze elke week om een schone jurk kwamen vragen.

Het personeel kreeg geen koffie, soms werd er stiekem een flesje gevuld, maar voor het personeel in de fabriek maakten we geen koffie.

Bijzonder vond ik, dat er op de balie een blad met borrelglaasjes met levertraan stond, op advies van de Verkade verpleegster. Dat was echt iets van na de oorlog. Er werkten in die tijd hele jonge kinderen, die levertraan hadden ze echt nodig vonden ze.

De meisjes van de fabriek kwamen tussen de middag hun broodje eten, met hen hadden we weinig contact. Kantoorpersoneel zagen we nooit en zelfs de dames van de naaikamer kwamen niet in de kantine eten. De kantine was echt van het beschuitpersoneel.

Er werden wel geintjes uitgehaald. Dan legden ze een drol van ontbijtkoek naast de wc. Met opgestoken zeilen kwamen ze binnen. ‘Moet je nou eens kijken!’ Dat waren leuke dingen.

In 1956 ben ik getrouwd en raakte ik zwanger. Ik werkte door tot januari 1957. In die tijd werkte je niet door als je een baby kreeg, dus ik nam ontslag.

Ik heb met heel veel plezier bij Verkade gewerkt.”

Reacties

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle verhalen

Het Zaans Museum maakt op deze website gebruik van cookies.

Wij plaatsen functionele cookies voor de werking en verbetering van deze website. Mogen wij extra cookies plaatsen voor sociale media koppelingen, gepersonaliseerde (video) advertenties en het meten van de effectiviteit van onze online campagne’s? Lees hier meer over in onze privacyverklaring of pas uw privacy instellingen aan

Privacy policy | Liever niet
Settings