1964

Van de Hollandse Zaan naar de Korana in Kroatië, Deel 1

Het verhaal van Jannie Rapaic-Jonker
Door Ursulien van Berge-Bakkum

Deel 1: ‘Ik vertrek’ naar Joegoslavië

Voor de serie verhalen van Jannie Rapaic-Jonker heb ik verschillende malen de lange reis naar Kroatië gemaakt. Ze woont daar, niet het hele jaar, maar wel een groot deel daarvan.

“In het jaar 1954, toen ik tien jaar was, maakte ik kennis met Joegoslavië. Mijn ouders waren best vooruitstrevend op het gebied van vakantie vieren.

We reisden met de ‘Kever’ en geen berg was ons te hoog. Er waren nog weinig tunnels in Oostenrijk. Op de ‘Katjesberg’ moesten mijn moeder en ik uitstappen en zelf het laatste stuk omhoog lopen. Joegoslavië was een samengesteld land. Het bestond uit Kroatië, Slavonië, Servië en Bosnië Herzegovina.

Maarschalk Tito was de baas en na zijn dood in 1980 ontstond er een strijd tussen de verschillende delen van Joegoslavië. Ze hebben zich ‘vrij gevochten’. Die strijd heb ik niet bewust meegemaakt.

Kroatië was een geweldig vakantieland. We sliepen in een tentje en belandden in Plitvice bij de watervallen. We konden in die tijd vrij kamperen en heerlijk zwemmen in de meren.

Toen ik zestien jaar was ontmoette ik daar mijn toekomstige man. Hij was een boswachter. Zijn ouders bezaten stukken land in de omgeving en het gebied werd langzamerhand ontwikkeld door de aanleg van paden en loopbruggen. Als er toeristen kwamen stonden de bewoners op de bruggen met souvenirs, handwerk, landbouwproducten en natuurlijk ook slivovitsj. We werden verliefd en wilden heel gauw trouwen. Van mijn ouders moest ik eerst mijn kleuterleidsters-opleiding afmaken en een baan zoeken. In 1964 kregen we toestemming.

Ik vertrok naar Kroatië, naar mijn geliefde en we zouden een huis bouwen op het land van zijn ouders in Jezerce. In het Prasumawoud zochten we bomen uit voor onze huizen. Nu is dat gebied afgesloten, er leven beren en wolven. Mijn man kreeg een nieuwe baan, hij werd kok, eerst hier in het hotel van Jezerce en later in een groot hotel in Split. De eerste tijd woonden we in bij zijn ouders. Toen ons huis klaar was, is onze oudste dochter geboren. Net op tijd!

Het waren zware jaren, het gebied was onderontwikkeld. Er was geen elektra, alles moest van ver komen. Ik kon met niemand praten en de winter was verschrikkelijk. We sneeuwden in en konden geen kant op. Ik heb me vaak ellendig gevoeld en heel eenzaam met twee kinderen in dit vreemde land, waar ik niemand kon verstaan. Maar ja, ik was stapelverliefd op mijn eigen Kroaat.

Gelukkig hebben mijn ouders me door dik en dun gesteund.”

Lees meer over het verhaal van Jannie: Deel 2

Reacties

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle verhalen

Het Zaans Museum maakt op deze website gebruik van cookies.

Wij plaatsen functionele cookies voor de werking en verbetering van deze website. Mogen wij extra cookies plaatsen voor sociale media koppelingen, gepersonaliseerde (video) advertenties en het meten van de effectiviteit van onze online campagne’s? Lees hier meer over in onze privacyverklaring of pas uw privacy instellingen aan

Privacy policy | Liever niet
Settings