1887

Van wollen garens tot kunststofvezels

Het verhaal van Kees Koster
Door Edith Rikkers

In april 1887 koopt Maarten Koster, de overgrootvader van Kees Koster die tegenover me zit, een bestaande buullakenweverij in Wormer. In de werkplaats staan vier handweefgetouwen, een scheermolen en spoelwielen.

Kees Koster staat op dit moment aan het roer van een grote, internationale onderneming op het gebied van industrieel textiel. Zijn organisatie produceert/weeft hijsbanden, rondstroppen en sjorbanden, bijvoorbeeld voor de bouw van de huidige windmolens, ophangsysteem voor riolen, band voor het vastzetten van bomen en voor rederijen. De liefde voor het weven zit in zijn DNA. Ik ben vooral geïnteresseerd in het weven van 100 jaar geleden en zoek Kees op.

‘Op de weefgetouwen van mijn voorouders werden zakken (bulen) geweven voor de olie-industrie. De zaden werden geplet, daarna in de bulen gestopt en vervolgens geperst. De olie werd opgevangen en ‘de koek’ die in de buul achterbleef werd als veevoer verkocht aan de boerderijen. Het was heel tijdrovend om het weefgetouw gebruiksklaar te maken. Er zaten zo’n 600 draden op en het opspannen kostte je gauw twee dagen. Het weven van de bulen werd aanvankelijk volledig handmatig gedaan. Werkdagen van 10 uur op een houten bankje waren geen uitzondering om aan de vraag van de afnemers te voldoen. De onderneming groeit gestaag (orders komen nog per briefkaart binnen) en in 1904 doet het eerste machinale getouw zijn intrede. De productie wordt opgevoerd en in 1915 volgt het tweede getouw door een petroleummotor aangedreven’. Het handmatig weven verliest terrein.

De Kosters zijn hun ambacht altijd trouw gebleven. Ze weven nog steeds. Niet meer met wol en katoen, maar met kunststofgarens zoals polyester. Niet meer voor de molens en fabrieken langs de Zaan, maar voor heel Europa en daarbuiten. En de orders komen ook niet meer per briefkaart binnen. Daar is een marketingafdeling druk mee.

Een weefgetouw en het houten bankje zijn van de kachel gered. Tot voor kort demonstreerde Kees het buullaken weven op dat houten bankje van zijn voorouders.

Op dit moment is het getouw vanwege de verhuizing van het Molenmuseum uit elkaar gehaald en opgeslagen bij molen De Paauw in Nauerna. Of, waar en wanneer het weefgetouw wordt teruggeplaatst, is nog niet bekend.

‘Ik zou nog weleens een echte wollen buul willen weven’, zegt Kees met enige weemoed.

Veel tijd om te mijmeren is er niet. Zijn telefoon gaat. Het verre Oosten aan de lijn.

Reacties

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar alle verhalen

Het Zaans Museum maakt op deze website gebruik van cookies.

Wij plaatsen functionele cookies voor de werking en verbetering van deze website. Mogen wij extra cookies plaatsen voor sociale media koppelingen, gepersonaliseerde (video) advertenties en het meten van de effectiviteit van onze online campagne’s? Lees hier meer over in onze privacyverklaring of pas uw privacy instellingen aan

Privacy policy | Liever niet
Settings